Sint-Janshof, Mechelen
In het kader van een nieuwbouwproject met ondergrondse parking (ca. 3000m²) tussen de Sint-Janstraat en de Van Hoeystraat werd door het Agentschap Ruimte en Erfgoed een archeologische opgraving noodzakelijk geacht.
De BUSO St.-Janschool werd gesloopt en wordt vervangen door 47 wooneenheden waarvan 23 langs de Sint-Janstraat, 18 in het binnengebied en 6 langs de Van Hoeystraat.
Het terrein ligt in de historische kern van Mechelen, tegenover de Sint-Jankerk (2e helft 15e eeuw). De parochie van Sint Jan gaat vermoedelijk terug tot de 13e eeuw waarbij de kapel van Johannes de Doper tot de bouw van de Sint-Jankerk dienst deed als parochiekerk. De Sint-Janstraat (voorheen Biest of Lange Biest) bestond reeds in de 13e eeuw. Het terrein helde af naar de Van Hoeystraat waar een vliet (Voldersheergracht of Korte Hairgracht) liep. Op een aquarel van J.B. De Noter (1812) naar het plan van Jan van Hanswijck (1576) is er een imposant gebouw met tuin zichtbaar in het binnengebied. In de 16e eeuw woonden er vermoedelijk enkele voorname heren, o.a. Lambert de Briarde, voorzitter van de Grote Raad.
In 1616 vestigden de eerste karmelietessen zich in het plangebied. Aanvankelijk huurden ze twee huizen van Willem de Ruysschen, raadsheer van de Grote Raad. In 1618 konden de Karmelietessen de huizen reeds verwerven. Gedurende de 17e eeuw breidden ze hun eigendom steeds uit door de aangrenzende huizen aan te kopen en te verbouwen. Op een tekening, toegeschreven aan A.F. Van Den Eynde, ziet men dat er in het oosten een nieuwe vleugel aan een bestaand gebouw met kelder werd toegevoegd. De nieuwe vleugel lijkt een stuk van de straat af te liggen. In juni 1783 werd het klooster gesloten. Aanvankelijk deed het dienst als hulpkazerne voor de Oostenrijkse troepen. In 1788 werd het verkocht aan de familie de Perceval. Later werd er een salpeter- en chocoladefabriek in gevestigd. In 1834 werden de gebouwen verkocht aan de zusters Apostolinen, die er ingrijpende verbouwingen (o.a. bouw kapel) uitvoerden. Het complex werd uitgebreid en omgevormd tot school.
De stedelijke dienst Archeologie voerde reeds een archeologisch vooronderzoek uit in de vorm van een bureaustudie en een beperkte prospectie met ingreep in de bodem. Op 3 en 4 november 2008 werden 4 proefputten op het binnengebied (zone B) van het terrein gegraven. Het vooronderzoek toonde aan dat de bovenste 150cm onder het maaiveld bestaat uit verschillende ophogings- en puinlagen. In putten 1 en 3 werden er geen muurresten in situ aangetroffen en bevond de moederbodem zich respectievelijk op -180cm en op -210cm. In putten 2 en 4 werden er onder de ophogings- en puinlagen bakstenen muren (vermoedelijk 14e eeuw) aangetroffen. De oriëntatie wijkt af van de huidige perceelsgrenzen. Mogelijk zijn het de restanten van het gebouw dat zichtbaar is op het plan van Jan van Hanswijck.
In eerste instantie zal de huidige bebouwing gesloopt worden tot het maaiveld, met uitzondering van de gevel aan de Sint-Janstraat. Daarna kan de opgraving starten. De opgraving beperkt zich tot het binnengebied. In een eerste, voorbereidende fase zal het ca. 1,5m dikke ophogings- en puinpakket machinaal verwijderd worden. Daaronder verwachten we, gezien de resultaten van het archeologisch vooronderzoek en eerdere opgravingen in Mechelen, een stratigrafie van ongeveer 1,5m.
(bron: Bart Robberechts: Resultaten van het archeologisch vooronderzoek op de site St.-Janshof in Mechelen, niet gepubliceerd rapport, Mechelen, 2008)


