Hanzeschotel

Het kommetje in verguld messing (onversierde ‘Hanzeschotel’), aangetroffen op de bodem van waterput C in Laakdal - Oost-Molenveld Detail van de wand het het vergulde kommetje
Object
Vindplaats: 
Oost-Molenveld, Laakdal
Datum: 
17 mei 2010
Materiaal: 
Metaal

Een ‘Hanzeschotel’?

Tussen de elfde en de dertiende eeuw vinden we in de regio van de later als Hanzesteden gekende Europese steden, de groep 'Hanzeschotels'. Terwijl de meeste types met religieuze taferelen over een groot deel van Europa verspreid waren, is type VI, een onversierd type eerder te zoeken in het gebied tussen tussen de Maas en de Rijn. 

Tekeningen en foto's uit een oude publicatie van Paul Le Blanc uit 1979 (Middeleeuwse Hanzeschotels, Spiegels tot lering, van het Nijmeegs Museum 'Commanderie van Sint-Jan') vertonen een grote gelijkenis wat vorm, doorsnede, opbouw en vermoedelijk productieproces betreft. De schotels zijn waarschijnlijk uit een koperlegering gemaakt, waarschijnlijk uit koper en zink, messing genaamd. Dat vergemakkelijkt de techniek van het hameren of opdrijven van het metaal. Uitzonderlijk werd ook een vergulden exemplaar aangetroffen. Eén exemplaar uit het werk van Le Blanc is onversierd en lijkt sprekend op het exemplaar uit Laakdal. Een ander voorbeeld dat bewaard wordt in het Bijloke museum te Gent heeft een umbo-bodem, is versierd maar ook verguld. Ook een exemplaar uit Duffel, de dichtstbijzijnde gekende vindplaats, zou sporen van verguldsel hebben. 

Het gebruik stamt uit religieuze middens, waar de religieuze taferelen een soort leerfunctie hadden. Later werden de schotels ook in adellijke middens gevonden, maar door de associatie met verguldsel is een dagdagelijks gebruik eerder uitgesloten. Het zou eerder een statussymbool zijn. Types V en VI (deze laatste is de onversierde soort) worden het meest in grafcontexten aangetroffen.Het exemplaar uit Laakdal is echter gevonden onderaan in een waterput. Het betreft dus een, mogelijk verbrand (roetsporen), onversierd exemplaar van een ‘Hanzeschotel’ in verguld messing. Wat de exacte aanleiding was geweest om het toch wel zeer luxueuze recipiënt in een waterput te ‘dumpen’ op deze landelijke nederzetting blijft ons vooralsnog duister.

 

Met dank aan Marc Mees 

Meer info
Toelichting: 

Tijdens het uithalen van de schachtvulling van waterput C werden in eerste instantie relatief weinig artefacten aangetroffen. Naarmate de bodem van de schachtvulling genaderd werd kwamen een grote hoeveelheid aardewerkscherven aan het licht die samen één individu vormden, nl. een kogelpotvormig recipiënt met ‘manchetterand’ in Maaslands wit aardewerk (Andennekeramiek). Deze pot draagt sporen van verbranding, zijnde een deels verglaasde buitenwand en roetsporen. Op basis van deze vondst kan de vulling van de waterput ontegensprekelijk gedateerd worden in de volle middeleeuwen. Net onder het schervenpakket, op de bodem van de waterput, bevond zich het metalen kommetje in een correct georiënteerde, horizontale positie. Deze positie en oriëntatie wijst er mogelijk op dat het object werd weggegooid toen de waterput nog effectief gevuld was met water.