Grape (kookpot)
De grape is een evolutie van de bolronde kookpot. Samen met de invoering van tegels op de vloer werden er aan de kogelpot 3 pootjes gezet voor een zekere stabiliteit. Wanneer deze pot oortjes krijgt, zal men spreken van de grape. De grape was net als de kogelpot multifunctioneel, toch werd hij hoofdzakelijk gebruikt om voedsel in te bereiden. Dat dit type van pot aan het vuur onderhevig was, bewijst veelal de zwarte roetaanslag aan de buitenzijde. Zelfs na lange tijd in de grond te hebben gezeten is deze zwarte korst nog dikwijls op het voorwerp aanwezig.
Uit één van de afvalputten van de opgraving Sint-Jan zijn meer dan 20 grapen te tellen, al dan niet volledig. Het grootste exemplaar heeft een hoogte van net geen 300mm, een randdiameter van 280mm en is voorzien van oranje loodglazuur. Een ander exemplaar is 200mm hoog met een randdiameter van 210mm en aan de schouder en rand voorzien van een geelgroen loodlgazuur.
Beide exemplaren hebben een komvormige buik, 2 volle ronde oren die boven aan de rand met de schouder zijn bevestigd en 3 pootjes.
De afvalcontext kan gedateerd worden rond 1600.