Vleugelglas

vleugelglas
Object
Datum: 
24 aug 2010
Materiaal: 
Glas
Datering: 
Post-middeleeuwen

Bij het archeologisch onderzoek rond de ruïne van het voormalige abdissenkwartier van de abdij Roosendael werden de resten van een keldertje aangesneden met hierin wel enkele uitzonderlijke vondsten. Zo onder meer twee identieke vleugelglazen à la façon de Venise.

Façon de Venise

Al in de 13de eeuw bestond er in Venetië een bloeiende glasindustrie waar eenvoudig gebruiksglas werd gemaakt. Onder invloed van de Islamitische glasblazerskunst ontstond het cristallo, gemaakt van soda uit Syrië en kiezels van zuiver kwarts. Het resultaat was een kleurloos kristallijn glas met een uitgebreid hoog versierd vormengamma.

Ook in onze streken, en vooral in Antwerpen, werd deze glassoort geïmiteerd. Uitgeweken Italiaanse glasblazers begonnen in het midden van de 16de eeuw met de productie van glas 'à la façon de Venise', een kristallijn glas met een grijze tint gemaakt van sodahoudende zeewierassen afkomstig uit het Middellandse zeegebied.

Als productieperiode kan de tweede helft van de 16de en vrijwel de hele 17de eeuw vooropgesteld worden. Henkes plaatst het einde van het façonglas

in 1713, wanneer met de Vrede van Utrecht handelsbelemmeringen werden opgeheven en het Engels loodglas kond worden verkocht op het Europese continent.

Vleugelglas

De eigenheid van dit kelkglas zit in de versiering van de stam en de vleugeltjes aan weerszijde hiervan. De eerste vleugelglazen werden in de eerste helft van de 16de eeuw geproduceerd in Venetië, pas op het einde van deze eeuw was er ook een productie in Antwerpen.

De lokale productie onderscheidt zich van de Italiaanse door haar stamversiering. Bij de Italiaanse glazen is er een holle stam met aan weerszijden een vleugel in blauw glas o.m. in de vorm van zeepaardjes. De lokale glasblazers waren inventiever. Zij vervingen de holle stam door een in elkaar gestrengelde glasdraad. Deze glasstaaf was meestal samengesteld uit ineen gedraaide kleurloze en/of gekleurde draden. De uiteinden van de staaf werden vaak van vleugeltjes (soms in blauw glas) met een wafelpatroon voorzien.

Het keldertje leverde twee identieke vleugelglazen op. Beide glazen zijn archeologisch volledig en in hun eenvoud heel sierlijk. De stam is gevormd uit een getorste staaf met een ingewonden witte en blauwe glasdraad voor het ene glas en een witte en rode voor het andere glas en bezet met kleurloze gewafelde vleugeltjes. De glazen staan op een licht conische voet en hebben een smalle trechtervormige kelk. 

Dit glastype komt heel frequent voor en wordt hoofdzakelijk gedateerd in de eerste helft van de 17de eeuw.

Meer info