Bord

Bord Bord - tekening Bord - merk
Object
Datum: 
30 jul 2005
Materiaal: 
Aardewerk
Datering: 
Moderne tijd

Uit de puinen van het kasteeltje (voormalig abdissenkwartier) op domein Roosendael is heel wat (scherven)materiaal gerecupereerd. Deze gebruiksvoorwerpen vertellen veel over het leven in en rond dit kasteeltje in het eerste kwart van de 20ste eeuw. 

Uit een ingemaakte muurkast in de voormalige eerkamer komt een heel servies voorzien van een blauw drukdecor in lelietjesvandalen. Uit de honderden scherven konden verschillende dessertborden, grote borden, soepborden en enkele ovale dienschotels samengesteld worden. Opmerkelijk is dat tassen ontbreken.

Frankrijk (Marseille) - Grand Dépôt E. Bourgeois Porcelaines, Faïences & Cristaux, 21-23 Rue Drouot, Paris et succursale 33 Rue St.-Ferréol

 

Door Emile Bourgeois in 1863 te Parijs opgericht, was dit bedrijf tot in de 20ste eeuw één van de belangrijkste Europese verkoopshuizen voor keramiek, bestek en glaswerk. In sommige advertenties noemden men zichzelf “La plus grande Maison du Monde pour les Services de Table, Dessert et Cristal”. In de Parijse Rue Drouot kon de geïnteresseerde klant in nummer 21-23 – na eerdere vestigingen in nummer 17 en daarna 19 - terecht in een indrukwekkend pand met toonzalen en magazijnen. Het internationale publiek werd vooral bereikt dank zij een reeks van mooi vormgegeven en rijk geïllustreerde verkoopscatalogi.

Bourgeois werkte voor het keramiekaanbod van zijn bedrijf nauw samen met verschillende Engelse aardewerkbedrijven zoals met Utzschneider & Cie uit Sarreguemines en met porseleinproducenten uit Limoges. In 1895 trok Bourgeois zich uit de dagelijkse leiding terug. De bloeiende zaak werd echter pas na zijn dood in 1926 voor een aanzienlijk bedrag verkocht. De bedrijfsleiding was in de artdéco-periode in handen van Jean Crouzillard, een ingenieur die voor de porseleinfabriek Haviland in Limoges had gewerkt. Naast Haviland werd dan ook samengewerkt met de Manufacture Nationale de Sèvres, met Royal Copenhague en voor het glaswerk met Baccarat en Val-Saint-Lambert. De door het Grand Dépôt verhandelde waren werden geregeld voorzien van het eigen handelsmerk ter vervanging van dat van de echte producent. Mogelijk ging het dan ook om producten die in exclusiviteit voor hen werden gemaakt.

Naast porselein werd dus ook het goedkopere aardewerk aangeboden. Een deel van dit laatste aanbod werd met de kwaliteitsbenaming Terre de fer op de markt gebracht. Een verkoopcatalogus uit ca. 1900 opent bijvoorbeeld met de presentatie van 20 verschillende modellen van serviezen in Terre de fer. Dit is volgens de toelichting slechts een keuze uit het aanbod van niet minder dan 57 modellen in dit specifieke materiaal.

Terre de fer- ook wel terre d’acier genoemd - is de Franstalige, vanuit Sarreguemines gelanceerde, tegenhanger van het Engelse Ironstone China. Het is een fijne harde faience met veldspaattoevoegingen die in 1803 door Josiah Spode uit Stoke-on-Trent als imitatie van porselein in Engeland werd geïntroduceerd. In 1813 patenteerde Charles James Mason uit Lane Delph in Staffordshire een gelijkaardig product. Het materiaal bevat in tegenstelling tot wat men zou vermoeden geen ijzerslakken of -ertsen. Volgens sommige auteurs zou er aan de scherf wel lood zijn toegevoegd. De benaming lijkt dan ook vooral omwille van commerciële redenen – het benadrukken van de hardheid van de scherf – te zijn gehanteerd en komt, zeker na 1860, bij verschillende grote Franse fabrieken voor.

De borden dragen allen achteraan het merk “Terre de fer. Seul dépôt à Paris 17 Rue Drouot. EB”. Dit  is een zeldzaam voorkomend merk. Het verwijst dan ook, naar alle waarschijnlijkheid, naar de eerste kortstondige vestiging van het Grand Dépot, bij de start van het bedrijf, op het huisnummer 17.